fietser loopt met fiets in de hand een trap af

Wat is het condicio sine qua non-verband? 

Artikel 6:162 BW, Artikel 6:98 BW,
Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)

5 dec 2023 3 minuten

Jurisprudentie

Hoge Raad 8 april 2005, NJ 2005, 284

Uitwerking

Het door artikel 6:162 BW vereiste causaal verband is een condicio sine qua non-verband. Dit condicio sine qua non-verband is aanwezig, indien de vraag “Was de schade ook opgetreden, indien de onrechtmatige daad achterwege was gebleven?” ontkennend moet worden beantwoord. Condicio sine qua non betekent namelijk letterlijk vertaald ‘voorwaarde zonder welke niet’. 

In het kader van de causaliteit dient men twee fasen te onderscheiden. In de eerste plaats de fase van de vestiging van de aansprakelijkheid. In de tweede plaats de fase van de omvang van de aansprakelijkheid. Op deze fase is artikel 6:98 BW van toepassing. In deze tweede fase dient de vraag te worden beantwoord of de gestelde schade in redelijkheid aan de onrechtmatige daad kan worden toegerekend. 

In de eerste fase zal vast moeten komen te staan of de schade überhaupt (feitelijk gezien) als oorzaak kan worden aangewezen voor de gestelde schade. In de zin dat deze zonder onrechtmatige daad niet zou zijn opgetreden. Bij deze fase is artikel 6:162 BW van toepassing. De eerste fase is dus meer feitelijk, objectief wetenschappelijk van aard. Pas wanneer dit vaststaat kan in naar de tweede fase worden overgegaan. 

De tweede fase laat een meer juridische beoordeling toe. De uitgangspunten van artikel 6:98 BW worden toegepast om te bepalen of de schade, die weliswaar zonder de onrechtmatige daad niet zou zijn ontstaan, wel aan deze onrechtmatige daad kan worden toegerekend. Hierbij is van belang in hoeverre voorzienbaar is dat de schade kon optreden, de aard van de schade en ook de aansprakelijkheid. 

Met betrekking tot het causale condicio sine qua non-verband geldt ten aanzien van de bewijslastverdeling in principe de hoofdregel van artikel 150 Rv. Dit houdt in dat het in beginsel aan de eiser is om dit verband te stellen en (bij betwisting door de gedaagde) te bewijzen. Kort gezegd komt het erop neer dat de eiser dient aan te tonen dat de schade zonder de desbetreffende onrechtmatige daad niet zou zijn ontstaan. 

Op deze hoofdregel is door de Hoge Raad een uitzondering gemaakt op grond van een bijzondere, uit de redelijkheid en billijkheid voortvloeiende regel. Dit wordt ook wel de ‘omkeringsregel’ genoemd. 

De omkeringsregel wordt in de rechtspraak als volgt omschreven: “Als door een als toerekenbare onrechtmatige daad aan te merken gedraging, een risico ter zake het ontstaan van schade in het leven wordt geroepen en dit risico zich vervolgens verwezenlijkt, is daarmee het causaal verband tussen die onrechtmatige daad en de aldus ontstane schade in beginsel gegeven”. 

In een dergelijk geval is het aan de gedaagde om te stellen dat de schade ook zou zijn ontstaan zonder de desbetreffende onrechtmatige daad. Bij eventuele betwisting door de eiser zal de gedaagde dit ook moeten bewijzen. Ten aanzien van het bewijs geldt dat de gedaagde aannemelijk dient te maken dat de schade ook zonder de onrechtmatige daad zou zijn ontstaan. 

Ter verduidelijking een voorbeeld uit de rechtspraak: "A en X rijden beiden op een brommer, maar in tegengestelde richting. A en X komen in botsing op een fietspad. X was onder invloed van alcohol. A spreekt X aan tot vergoeding van zijn schade. De regel, die rijden onder invloed verbiedt, strekt specifiek tot het voorkomen van verkeersongevallen. De kans daarop wordt door het rijden onder invloed aanmerkelijk vergroot. Het feit dat het specifieke risico, waartegen deze norm bescherming beoogt te bieden zich heeft verwezenlijkt, betekent dat vooraf moet worden aangenomen dat er causaal verband is. Het is aan X om dit te betwisten en aannemelijk te maken dat de schade ook zonder de overtreding zou zijn ontstaan." (Bekijk de hele uitspraak: Hoge Raad 8 april 2005, NJ 2005, 284). 

Samenvatting

Het condicio sine qua non-verband is van toepassing in de fase waarin de aansprakelijkheid beoordeeld wordt. De hoofdregel is dat de eiser het condicio sine qua non-verband dient te stellen en bij betwisting te bewijzen. Op deze hoofdregel is door de Hoge Raad een uitzondering gemaakt. Deze uitzondering staat bekend als de omkeringsregel. Voor toepassing van de omkeringsregel stelt de Hoge Raad twee vereisten: enerzijds dient duidelijk te zijn welk risico de gedaagde in het leven heeft geroepen oftewel waarin de normschending precies bestaat. Anderzijds dient duidelijk te zijn dat het in het leven geroepen risico zich vervolgens heeft verwezenlijkt.